
Op de productielijn is het proces van het opdrogen van onderfylling cruciaal voor het bereiken van een hoge productiekwaliteit. Een verschil van slechts enkele graden kan al leiden tot problemen als gaten of oneffenheden in het materiaal, of tot onverwachte verschillen in de thermische eigenschappen van het materiaal. Hierdoor kunnen er problemen ontstaan tijdens de betrouwbaarheidstests. We hebben onze infraroodapparatuur zo ontworpen dat de warmte precies daar terechtkomt waar het nodig is: in het materiaal zelf. De temperatuurregulatie is zeer nauwkeurig: ±0,1°C binnen de droogingszone. Ook wanneer de apparatuur correct is geïnstalleerd, blijft de temperatuur constant. De verwarmingselementen zijn geschikt voor gebruik in een schone ruimte van klasse 1–100. De oppervlakken van deze elementen zorgen ervoor dat er weinig deeltjes aanwezig zijn, en het ontwerp zorgt er ook voor dat er geen gasontwikkeling optreedt. De uitgangsspanning blijft stabiel, zelfs bij 24/7 gebruik. Het lampmodule is ontworpen om meer dan 5.000 uur te werken, met minimale afname van de prestaties. Dit zorgt voor minder onverwachte problemen en minder stilstand.
Waarom dit werkt in verpakkingsprocessen: In verpakkingsprocessen moet het opdrogen van het materiaal zich aanpassen aan de specifieke omstandigheden, zoals de dichtheid van het materiaal en de hoeveelheid restanten van het gebruikte smeermiddel. Ons infraroodsysteem bereikt snel de gewenste temperatuur en houdt deze vast, zodat de cyclustijd kort blijft en er minder vervormingen optreden. Hierdoor is de glasovergangstemperatuur en de dikte van de kruisverbindingen consistent. Dit zorgt voor voorspelbare thermische eigenschappen onder verschillende temperaturen. De energieverbruik neemt af, omdat de energie rechtstreeks wordt gebruikt om het materiaal te drogen, in plaats van om het dragermateriaal op te warmen. Hierdoor worden er minder defecten veroorzaakt door gaten in het materiaal.
Wat je moet controleren: Infraroodbehandeling vereist een lineaire bestraling. De emissiviteit kan per substraat verschillen. Zorg ervoor dat de snelheid van de apparatuur, de hoogte van de emissiebronnen en de compensatie van de emissiviteit goed zijn ingesteld. Er is een stabiele voeding van 240 V nodig, evenals kabels die geschikt zijn voor gebruik in een schone ruimte. Plan regelmatige vervanging van de lampen en kwartierlijk kalibreren om de prestaties op peil te houden.